doelstelling 1

Om verdere versnippering van zorg te voorkomen en de juiste zorg op de juiste plaats te verlenen, dient er aandacht te zijn voor ondersteuning van collega’s om niet noodzakelijke verwijzingen te voorkomen zonder verlies aan kwaliteit of overbelasting van de verwijzer. De gedachte dat je voor elk probleem de expertise van een andere specialist nodig hebt is vaak onjuist. En is dat wel nodig, dan volstaat vaak een kort overleg, waarna de patiënt gewoon door de eigen zorgprofessional behandeld kan worden. Onnodige doorverwijzingen tussen specialisten in de tweede lijn dienen dus maximaal gereduceerd te worden.

Met de eerste lijn wordt gewerkt aan een plan voor ‘passende zorg’ waarbij de patiënt de ‘juiste zorg op de juiste plek’ (jzojp) krijgt: in de eerste lijn als het kan, in de tweede lijn als het moet, en altijd met een strakke regie op het voorkómen van fragmentatie van zorg. Daarbij is er aandacht voor het praktisch ondersteunen van zowel internist als huisarts –alleen afstemming op papier resulteert niet in ‘passende’ zorg.

Met praktische voorzieningen en werkvormen worden verwijzers geholpen het aantal niet noodzakelijke verwijzingen te beperken.

doelstellingen

Cruciale schakel in netwerkzorg

doelstelling 2

Vanuit acute en chronische zorgnetwerken kan de internist als regievoerder overzicht creëren en fragmentatie van zorg beperken bij de (multimorbide) chronisch zieke patiënt waardoor een betere (continuïteit van) zorg met, waar mogelijk, minder dokters per patient. Door tijdige en juiste afstemming met de huisarts wordt sneller duidelijk hoe het best in de zorgvraag kan worden voldaan en wordt voorkomen dat de patiënt in de tweede lijn verdwaalt. Hierin wordt samen met de huisarts ook gekeken naar passende samenwerkingsvormen, bijvoorbeeld buiten het ziekenhuis, waardoor ook extra belasting van de huisarts wordt voorkomen.

Vanuit de tweede en derde lijn is de internist de spil binnen (acute en chronische) zorgnetwerken rondom de chronische patiënt

doelstelling 1

Om verdere versnippering van zorg te voorkomen en de juiste zorg op de juiste plaats te verlenen, dient er aandacht te zijn voor ondersteuning van collega’s om niet noodzakelijke verwijzingen te voorkomen zonder verlies aan kwaliteit of overbelasting van de verwijzer. De gedachte dat je voor elk probleem de expertise van een andere specialist nodig hebt is vaak onjuist. En is dat wel nodig, dan volstaat vaak een kort overleg, waarna de patiënt gewoon door de eigen zorgprofessional behandeld kan worden. Onnodige doorverwijzingen tussen specialisten in de tweede lijn dienen dus maximaal gereduceerd te worden.

Met de eerste lijn wordt gewerkt aan een plan voor ‘passende zorg’ waarbij de patiënt de ‘juiste zorg op de juiste plek’ (jzojp) krijgt: in de eerste lijn als het kan, in de tweede lijn als het moet, en altijd met een strakke regie op het voorkómen van fragmentatie van zorg. Daarbij is er aandacht voor het praktisch ondersteunen van zowel internist als huisarts –alleen afstemming op papier resulteert niet in ‘passende’ zorg.

Met praktische voorzieningen en werkvormen worden verwijzers geholpen het aantal niet noodzakelijke verwijzingen te beperken.

doelstelling 2

Vanuit acute en chronische zorgnetwerken kan de internist als regievoerder overzicht creëren en fragmentatie van zorg beperken bij de (multimorbide) chronisch zieke patiënt waardoor een betere (continuïteit van) zorg met, waar mogelijk, minder dokters per patient. Door tijdige en juiste afstemming met de huisarts wordt sneller duidelijk hoe het best in de zorgvraag kan worden voldaan en wordt voorkomen dat de patiënt in de tweede lijn verdwaalt. Hierin wordt samen met de huisarts ook gekeken naar passende samenwerkingsvormen, bijvoorbeeld buiten het ziekenhuis, waardoor ook extra belasting van de huisarts wordt voorkomen.

Vanuit de tweede en derde lijn is de internist de spil binnen (acute en chronische) zorgnetwerken rondom de chronische patiënt

Cruciale schakel in netwerkzorg

doelstellingen